hartcoherentie en hyperventilatie

Ademhalen gaat vanzelf

Maar soms is het niet helpend

Veel mensen ademen zonder dat ze het beseffen op een manier die hun lichaam onrustig houdt.
Dat kan langzaam insluipen, door:

  • lang zitten of een gespannen houding

  • veel piekeren

  • angst of paniek

  • weinig beweging

  • medicatie

  • bepaalde voeding

  • pijn of ziekte

  • stress

  • of simpelweg: ooit zo aangeleerd

Je doet niets verkeerd.
Je lichaam heeft zich aangepast.

Wat kan je voelen?

Een ademhaling die te hoog of te snel zit, kan zich tonen als:

  • gespannen schouders of nek

  • aanhoudende vermoeidheid

  • hartkloppingen of een gejaagd gevoel

  • spierpijn

  • hoofdpijn of migraine

  • duizeligheid of een wiebelig gevoel

  • tintelingen in handen of vingers

  • onrust, angst of paniek

  • moeite met focussen

  • een opgeblazen gevoel of druk op de borst

  • onrustige nachten en slecht slapen

Niet allemaal tegelijk.
Vaak wisselend.
En vaak verwarrend.

hoe kan ik je helpen?

Ik luister.

Je klachten mogen er zijn.
We nemen tijd om te ontdekken wat er bij jou gebeurt.

We bekijken samen

  • je klachten

  • je ademhaling

  • je leefstijl

  • wat je lichaam uit evenwicht brengt

  • hoe je in deze stresssituatie terecht kwam

Zonder forceren.
Stap voor stap.

Je leert zelf ingrijpen

Je krijgt eenvoudige hartcoherentie oefeningen

en koolzuuropbouwende oefeningen
die je thuis kan toepassen.
Ook op drukke dagen.

Zo verloopt het

Wanneer het lukt om het zelf te dragen, bouwen we af. Indien nodig komt er nog een sessie bij.

Voor het traject betaal je 250 euro. 

 

 

Wat verandert

Na enkele weken merk je verschil.
Na ongeveer twee maanden voelt je lichaam rustiger aan.
Klachten verminderen.
Slapen wordt lichter.

Je voelt je veerkrachtiger. 

Wil jij ook aan je stress werken via ademhaling?
Als je voelt dat het zo niet verder hoeft, ben je welkom.

veelgestelde vragen

Hier vind je wat meer informatie over hartcoherentie

wat is hartcoherentie?

Je hart klopt niet als een metronoom.

Stel dat je hart ongeveer 60 keer per minuut klopt.
Dan zou je denken: elke seconde één klop.
Maar zo werkt het niet helemaal.

Soms zit er net iets meer tijd tussen twee hartslagen,
soms net iets minder.
Dat is normaal. Dat noemen we hartslagvariatie.
Het betekent dat je hart kan meebewegen met wat jij nodig hebt.

Die variatie kan er verschillend uitzien.
Soms gaat het mooi rustig op en neer,
zoals golven in de zee.
Soms gaat het wat rommeliger,
alsof de zee onrustig is.

Wanneer dat ritme rustig en regelmatig beweegt,
noemen we dat hartcoherentie.

Dat gebeurt vaak wanneer je je veilig voelt,
ontspannen bent
of een fijn gevoel hebt.

Als je stress hebt, bang bent
of je voortdurend moet haasten,
dan wordt het ritme onrustiger en chaotischer.
Alsof alles tegelijk wil gaan.

Je hart laat zo zien hoe het met je gaat,
nog vóór je er woorden aan kan geven.

Het mooie is:
door rustig te ademen,
kan je je hart helpen om opnieuw een rustiger ritme te vinden.
En zo krijgt ook je lichaam het signaal:
het is oké, je mag even vertragen.

Hoe leer je hartcoherent ademen?

Je kan je hart een beetje helpen om rustiger te worden.
Dat doe je met je ademhaling.

Ademen gebeurt vanzelf,
maar je kan het ook bewust en rustig doen.
Dat noemen we zelfregulerend ademen.
Dat betekent: jij helpt je lichaam om zichzelf weer kalm te maken.

We gebruiken daarvoor een vast ritme.

Je ademt rustig in terwijl je telt tot 4.
Daarna adem je uit terwijl je telt tot 6.
De uitademing duurt dus iets langer.
Dat vertelt aan je lichaam: alles is veilig.

Dit is één ademrondje.
In één minuut doe je ongeveer 6 van die rondjes.

Tijdens het ademen richt je je aandacht op je adem.
Je hoeft niets anders te doen.
Gewoon voelen hoe de lucht in en uit je lichaam gaat.

Als je dit elke dag oefent,
bijvoorbeeld 3 keer 10 minuten,
en je houdt dat enkele weken vol,
dan leert je hart dit rustige ritme steeds beter kennen.

Dat noemen we hartcoherentie:
je hart en je adem werken mooi samen.

En het fijne is:
hoe vaker je oefent,
hoe sneller je lichaam weet hoe het weer rustig kan worden.

aandachtspunten

Wanneer je deze ademhaling oefent,
is het belangrijk dat je rustig ademt.

In via je neus, uit via je neus of mond. 

Je hoeft geen grote happen lucht te nemen.
Niet snuiven, niet hijgen.
Gewoon kleine, zachte ademteugen,
alsof je een bloem ruikt.

 

Probeer met je aandacht bij je adem te blijven.
Je volgt de lucht die binnenkomt
en weer naar buiten gaat.

Lukt dat goed?
Dan mag je in je hoofd denken aan iets fijns.
Een plek waar je je blij of rustig voelt.
Bijvoorbeeld het strand, een bos
of iemand bij wie je je veilig voelt.

Ook je houding helpt mee.

Laat je schouders zachtjes zakken.
Leg je tong losjes tegen het dak van je mond.
Adem naar je buik.

Je kan je hand op je buik leggen.
Als je inademt, voel je je hand een beetje omhoog gaan.
Bij het uitademen zakt je hand weer.

Zo help je je lichaam om te begrijpen:
alles is oké, ik mag rustig worden.